Gewenst, gewild, geliefd, vergeven, aanvaard

Wie Jezus Christus toebehoord mag weten:

God heeft mij bedacht,
Ik ben door Hem gewenst, gewild,
geliefd, vergeven, aanvaard.

Een koninklijk kind, door de hemelse Vader bemind.
Mijn leven is kostbaar en waardevol in Zijn ogen.
God houdt van mij, is blij met mij, zorgt voor mij, beschermt mij
en omringt mij met zijn weldaden, gunsten en zegeningen.

God heeft mij bestemd om Hem te kennen en met Hem te leven,
door Zijn Heilige Geest toegerust te worden met inzicht, kennis,
wijsheid, kracht en met luister die van God komt.

En om uit te groeien naar het beeld van mijn hemelse Vader:
Met innerlijke ontferming bewogen, met liefde vervuld,
– Van harte mijzelf en anderen vergevend, vol van genade,
– Vriendelijk, verdraagzaam,
– Overvloedig in het zegenen, het weldoen van anderen en
– Integer, betrouwbaar.

Kortom:
Niet langer innerlijk verdeeld,
maar één wordend met mijn hemelse Vader.